De wethouder maakt een draai maar let op je zaak!

22/02/2018

In de gemeenteraad ging het gisteren over het beschermingsbewind voor mensen met ernstige geldproblemen.

Het beschermingsbewind is geregeld in het Burgerlijk Wetboek en is daarmee een privaatrechtelijke aangelegenheid.

De kantonrechter benoemt op verzoek van degene met grote schulden heeft die hij niet meer kan aflossen, een bewindvoerder die zorgt voor het ordenen, het onderhandelen met schuldeisers en het begeleiden van de cliënt naar idealiter schuldenvrij bestaan. De tarieven hiervoor zijn ook netjes geregeld in de wet, zo ook de looptijd van het beschermingsbewind.

Hoewel de gemeente jarenlang met 70 ambtenaren de problemen van hulpvragers met grote schulden te lijf gaat, is ze er niet in geslaagd om substantieel iets te doen aan onbeheersbare schulden.

De gemeente heeft wel een afdeling beschermingsbewind, maar zij bedient daarmee slechts 20% van de vraag naar beschermingsbewind. Dit is het college een doorn in het oog.

De kosten van het beschermingsbewind worden namelijk uit de Bijzondere Bijstand bekostigd. Dat kost miljoenen per jaar en dat vindt het college te gortig en wil nu het beschermingsbewind monopoliseren, hoewel de gemeente heeft bewezen de toeloop van cliënten in de afgelopen jaren totaal niet aan te kunnen.

Het college wijt het echter niet aan eigen onvermogen maar aan de private kantoren die 80% van de klanten bedienen die beschermingsbewind behoeven. Dat zullen er overigens in 2018 zo’n 1850 zijn.

Het college heeft nu een truc bedacht om van het beschermingsbewind een voorliggende voorziening te maken. Daarmee zijn mensen die een bewindvoerder nodig hebben en zelf de kosten daarvoor niet kunnen opbrengen verplicht om zich bij de gemeente te melden. Hun vrije keuze voor een bewindvoerder, ook in de wet geregeld, wordt daarmee met voeten getreden.

Ik ben zeer benieuwd of deze constructie stand zal houden in een gerechtelijke procedure.

Mijn fractie heeft samen met het CDA een motie ingediend om te bewerkstelligen dat er in ieder geval enige vorm van samenwerking met de particuliere bewindvoerders zal zijn voor het vervolg. Ook vind ik het heel belangrijk dat cliënten die nu bij private kantoren goed worden bediend niet de dupe worden.

De wethouder nu (van der Schaaf) reageerde daarop dat hij de motie overbodig vond omdat die samenwerking er al was.

De wethouder toen (Gijsbertsen) reageerde op 14 februari jl. in de commissie nog heel anders: hij zei toen dat hij niet van plan om met commerciële ondernemingen samen te werken!

Dus een draai, inderdaad. Maar mijn fractie heeft toch tegen het voorstel gestemd omdat ik weinig vertrouwen heb in de werkwijze en mentaliteit van de gemeentelijke kredietbank, en ook omdat het voorstel  juridisch niet deugt: de vrije keuze die is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek wordt te grabbel gegooid.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

vul de oplossing in *

zoeken